Mars voor onze pensioenen, 19 december, Brussel

In Zweden, waar het puntensysteem werd ingevoerd vanaf 2000, moet men vandaag al tot 68,5 jaar werken om hetzelfde pensioen te behouden als vóór de invoering van het puntensysteem. Je kan stoppen vanaf 61, maar dan verlies je een kwart tot één derde van jouw wettelijk pensioen.

In Duitsland, waar het puntensysteem werd ingevoerd vanaf 2001, heeft het wettelijk pensioen al 10 procent ingeboet ten aanzien van de lonen. In het rapport van de OESO, dat recent verscheen, worden de lage wettelijke pensioenen in Duitsland op de korrel genomen.

Oostenrijk is tot op heden een voorbeeld van hoe het anders kan: het gemiddeld pensioen ligt ongeveer 50 procent hoger dan in België. Zij spenderen ook bijna de helft meer van hun bbp aan de pensioenen. Hun uitgaven voor de pensioenen liggen vandaag al hoger dan de uitgaven die België in 2060 gaat moeten doen (indien we vertrekken van de voorspellingen van de OESO, de Wereldbank, het IMF, de Studiecommissie voor de Vergrijzing etc). Er is een hele ‘pensioenwoede’ geweest in Oostenrijk in 2003, met een resem grote betogingen. Gevolg: de afbraak van het pensioen is daar grotendeels tegen gehouden. Deze ervaring wordt meegegeven in de tekst.

ACOD wil het recht op pensioen terug in ere herstellen. Het recht op pensioen is het recht op rust in goede gezondheid aan het einde van jouw leven, zonder financiële zorgen. Dat moet toegankelijk blijven op ten laatste 65 jaar. Vervroegd pensioen vanaf 60 en brugpensioen vanaf 58. Het pensioen moet gelijk zijn aan drie vierde van jouw gemiddeld loon, met een minimum van 1.500 euro per maand. Dat is perfect betaalbaar zoals een aantal andere landen vandaag bewijzen. Het blijft ook betaalbaar, als we de welvaart wat eerlijker verdelen.


Meer info vind je hier.