Actie loont! Caermersklooster blijft in publieke handen

De vorige jaren kreeg havenbaron Huts het Gentse cultuurcentrum Caermersklooster (inclusief middelen en personeel) ter beschikking van de provincie Oost-Vlaanderen om zichzelf en zijn kunstcollectie in de vitrine te zetten. Dat resulteerde in twee propagandatentoonstellingen, geflankeerd door opgeklopte mediacampagnes, die de (kunst)geschiedenis herschreven om het Vlaamse kapitalisme van een heldenepos te voorzien. De evenementen diende ook als hefboom voor een cultuurpolitiek die private belangen bevoorrecht ten koste van een democratisch subsidiebeleid.

ACOD Cultuur nam deel aan de eerste protestactie RIP Caermersklooster in 2016 bij de opening van de gecontesteerde tentoonstelling Voor God en Geld, waarbij actievoerders het cultuurhuis als publieke ruimte symbolisch ten grave droegen. Als reactie op de tweede tentoonstelling in 2017, Oer. De Wortels van Vlaanderen, organiseerden we een tegententoonstelling in Croxhapox twee straten verder. In de vensters van deze experimentele kunstruimte, die onder deze regering zijn werkingsmiddelen verloor, plaatsten we een groot pamflet dat het misleidende karakter van de filantropie-business op de korrel nam. Reagerend op onze regering die kunstenaars en cultuurorganisaties naar sponsors doorverwijst –zoek ‘aanvullende middelen’ bij mecenassen! – brachten we dus een ‘aanvullende tentoonstelling’ met kanttekeningen bij de stunts van Vlaamse graai Huts. 

Het goede nieuws: de Stad Gent nam de werking van het Caermersklooster van de provincie over en past ervoor om het te verpachten aan de havenbaas. Er loopt een open call waarbij cultuurmakers en collectieven kunnen kandideren voor de toekomstige werking. De stad wil van het cultuurcentrum een nieuwe ontwikkelings- en presentatieplek voor beeldende kunsten maken. Een plek voor hedendaags talent uit Gent, daar is ook nood aan.

Uit interviews die Huts naar aanleiding van zijn expo’s gaf, bleek duidelijk dat hij het beleid wou beïnvloeden: ‘hopelijk volgt de Vlaamse regering het voorbeeld van Oost-Vlaanderen‘, verklaarde hij in De Zevende Dag. Gent bedankt alvast voor zijn bokkesprongen en geeft daarmee zelf een sterk voorbeeld.