RVA verstrengt gebruik ‘taakloon’

Nadat loketmedewerkers van RVA hun oversten om meer duidelijkheid vroegen, kwam RVA op 29 september 2017 met een vernieuwde nota, genaamd RIODOC 140424. Aldus RVA zou het gewoon om een meer concrete lezing gaan van de toepassing van de taakloonberekening.

In de praktijk blijkt echter dat loketmedewerkers nu kunnen beslissen om geen taakloon meer te aanvaarden in sectoren die onder een paritair comité vallen waarin er collectieve arbeidsovereenkomsten van toepassing zijn waarin arbeidsduurbepalingen zijn opgenomen.

Nochtans is er in de cao podiumkunsten en muziek wel een contract voor bepaald werk opgenomen, want daar kan het zijn dat er geen tijdsbepaling is. De loketmedewerker krijgt bijgevolg vrij spel om strenger te zijn dan algemeen afgesproken is.

Nieuwe, omstreden interpretatie

Met deze interne nota maakt RVA plots een link tussen de werkloosheidswetgeving en de arbeidswetgeving met als gevolg dat taakloon geproblematiseerd wordt. Bij de invoering van deze regels werd door het kabinet van de toenmalige minister van werk Monica De Coninck gesteld dat er geen verband is tussen de pas ingevoerde definitie van taakloon en het arbeidsrecht. Door deze ‘stiptheidsactie’ dwingt RVA de sociale partners en de regering om de regelgeving te concretiseren.

Voor alle duidelijkheid: het is niet zo dat RVA nu plots het ‘kunstenaarsstatuut’ zou afgeschaft hebben, zoals sommigen via paniekberichten communiceren. Dat ligt vanzelfsprekend buiten hun bevoegdheid. Het klopt wel dat het behalen van het statuut nu de facto moeilijker wordt voor wie dat via taakloon wil halen of behouden.

In de praktijk merken we nog steeds dat sommige instanties werknemers de taakloonberekening laten gebruiken, hoewel het om oneigenlijk gebruik gaat. Met als logisch gevolg dat RVA strenger wordt. En zo is de cirkel rond.

Creatief gebruik taakloonberekening

Veel kunstenaars werkten met taakloon om via die weg een sociaal statuut te kunnen aanvragen, om nadien dan over te stappen naar contracten van bepaalde duur omdat dit om meerdere redenen voordeliger zijn.

Om die omslag te motiveren, gebruikten ze tegen de RVA soms het argument dat dit niet anders kan in hun werksituatie, omdat arbeidsduurbepalingen (plots wel) eigen zijn aan het soort werk dat ze doen. RVA neemt deze motivatie nu over en veralgemeend die, waardoor de berekening taakloon voor vele kunstenaars de facto strenger uitvalt.

Terzijde: de berekening taakloon (vroeger ook wel ‘en cachet’ genoemd) kwam in voege om tegemoet te komen aan de atypische werksituatie van kunstenaars, die er voor zorgt dat een betaling voor een opdracht omgezet kan worden in een berekening van werkdagen. Immers, het creatieve proces laat het doorgaans niet toe om een concreet aantal uren werktijd vast te leggen waarbinnen een resultaat moet bekomen worden.

Deze regel maakt het voor kunstenaars mogelijk om het aantal dagen te behalen dat nodig is voor het ‘statuut’ van kunstenaar te bekomen (ofwel 156 dagen, waarvan 52 van niet-artistieke aard kunnen zijn). Eigenlijk ligt die drempel te hoog, vakbonden pleiten al langer voor een verlaging van die drempel. Kunstenaars grijpen vanwege deze hoge drempel al eens al te creatief naar een regeling met taakloon, met het oog op het behalen van het sociale statuut.

De berekening taakloon bestaat erin het ontvangen brutoloon tijdens een referteperiode te delen door een referteloon dat vandaag op 60,10€ ligt. Wat op zich ook een laag bedrag is voor een ‘dagvergoeding’.

Doorkruisen van het sociale overleg

In de nieuwe nota schrijft de RVA: “Een loon is geen taakloon wanneer de cao de bezoldiging verbindt met een arbeidstijd die ze bepaalt en dit ongeacht de arbeidstijd van de prestatie.” De personeelsleden van de RVA moeten nu dus door middel van de arbeidsovereenkomst en de cao nagaan of het wel degelijk om een taakloon gaat.

Vervolgens kan het gebeuren dat ze beslissen dat het niet om een taakloon gaat omdat cao’s sowieso melding maken van bepaalde jobs waarbij aangegeven is welk aantal uren een vooraf bepaald werk met zich meebrengt.

Zo doorkruisen ze het sociale overleg, waarbij de sociale partners het mogelijk maakten dat er ook situaties mogelijk zijn waarin een forfaitair loon (cf. cachetregel/taakloon) werd verkregen. Dat is natuurlijk niet ok.

Eisen

Bijgevolg beslist ACOD/CGSP (zowel Vlaanderen, Brussel als Wallonië):

  1. We eisen de onmiddellijke bevriezing van het nieuwe interpretatieve gedeelte zoals geformuleerd in de nota RIODOC 140424 van 29 september 2017, meer bepaald de referenties naar het bestaan van een cao.
  2. We vragen de Minister van Sociale Zaken de werkzaamheden van Nationale Arbeidsraad gewijd aan het statuut van de kunstenaar af te wachten. Deze werkgroep kwam er op vraag van de Kamer, precies om de werking van het kunstenaarsstatuut te evolueren. RVA doorkruist dit, met een herinterpretatie van de cachetregel. De minister dient deze beslissing van de RVA op te schorten zodat de democratische procedure van het sociale overleg gerespecteerd wordt.
  3. We pleiten ervoor om samen met de sociale partners een alternatieve financiering van de sociale zekerheid ut te werken ten gunste van een echt statuut van kunstenaar. We werken daar volop aan, samen met de andere vakbonden, in overleg met de werkgeversfederaties.

Niet onbelangrijk om ook even aan te stippen: de paniekzaaierij van sommige instanties uit het kunstenveld maken dit overleg er niet gemakkelijker op. Er circuleren inconsistente nota’s die bij sommige beleidsmakers terecht komen, die daar het signaal in lezen dat er actoren in het veld zijn die voorstander zijn van bijvoorbeeld de afschaf art 1 bis, of die de kunstenaarscommissie willen afschaffen waardoor er diensten voor de kunstenaar verdwijnen (zelfstandigheidsverklaring, visum, kvr, …). Of dat alles in taakloon berekend mag worden terwijl de discussie net moet gaan over het toepassingsgebied ervan. Of dat het sociale statuut voor de kunstenaar niet zozeer afgeschaft moet worden maar opengebroken, zodat dit toegepast kan worden in andere sectoren: als neoliberale hefboom voor de afbraak van bestaande sociaal beschermende statuten. Deze wilde voorstellen, ook al zijn ze goed bedoeld, helpen ons eerder een stap achteruit.